Informatie - ...waar vind ik..?

Dr.ir. J. van der Graaf vertelt het volgende over ds. Kijftenbelt:

ds-KijftenbeltWanneer deze predikant al 84 jaar is, vraagt de redactie van de Waarheidsvriend (het weekblad van de Gereformeerde Bond) hem, om in pastoraal/anekdotische columns terug te blikken op zijn leven. Hoewel ds. Kijftenbelt er aanvankelijk tegen op ziet om 'oude kliekjes op te dienen', voldoet hij toch aan dit verzoek. Onder de kop: 'Tot op deze dag. Een terugblik van een emeritus' schrijft hij maar liefst 31 artikelen. Soms ernstig of zwaarwichtig, dan weer lichtvoetig en soms geestig, waarbij hij ook vaak zijn collega's aanspreekt. In één van die columns brengt hij ook Leerdam ter sprake, en bezingt hij zijn vroegere woonplaats zelfs:

„Hoe lieflijk ligt uw stedeke, Leerdam;
daar, op het plekje, waar de speelse Linge kwam,
om in het licht der zon uw spiegelbeeld te zetten,
dat 'k op uw wal, uw hofje en uw kerk zou letten.
Ik draag dit beeld nog in mijn leven mee."

Vanwaar deze idyllische terugblik? Lag dit enkel aan het natuurschoon?

Nee, om een heel andere reden had hij soms 'heimwee' naar zijn oude gemeente. Leerdam kende namelijk twee predikantsplaatsen, en de scheidslijn liep midden door het stadje. Grasduinen in elkaars wijk was er niet bij. En als een catechisant soms eens overliep naar de andere wijk, werd zo'n 'cadeautje' niet stilletjes aanvaard. De gemeente moest weten: „Onze twee dominees trekken samen één lijn. Daar alleen gaat kracht van uit. Er is al verdeeldheid genoeg in het kerkelijke leven."

En wat nog treffender was in Leerdam: „Wanneer de ene dominee 's morgens preekte, zat de andere (er was maar één kerk), meestal onder zijn gehoor. Na afloop van de Dienst bracht hij dan zijn ambtsbroeder naar huis en dronk daar even een kop koffie." Toen ds. Kijftenbelt dit schreef, was het echter al „een oude idylle, buiten alle werkelijkheid."

Ds. Kijftenbelt realiseerde zich overigens wel dat er in die tijd weinig vacatures waren en dat de auto de dominees nog niet in staat stelde „stad en land af te reizen." Maar: „Er zijn al predikanten, die op één zondag vier keer voorgaan, zo geen vijf keer." Is dat allemaal nodig? In Leerdam zaten bij de bediening van het „Heilig Nachtmaal" de twee predikanten ook broederlijk naast elkaar. En nu? „Het blijft een zeldzaamheid, dat bij een Avondmaalsbediening de ene dominee bij de andere aan 's Heeren tafel zit."

Is het nu echt onmogelijk voor een predikant, verzuchtte hij, zijn vrije beurt die hij elders zou vervullen eens voor één keer op te offeren om mee te kunnen zitten aan de tafel des Heeren? „Dominee, denk ook eens om uw eigen ziel", besluit hij.