1250-1550. De bouw van de Grote Kerk

Toren

toren-Grote-KerkNadat de baksteen z'n intrede had gedaan besloot men om voor de kerk een stenen toren te bouwen. Deze toren verrees in de tweede helft van de 13e eeuw, in de romaanse stijl van die tijd. In de 15e en de 17e eeuw werd hij verhoogd. Het is een sobere toren met zware, haakse steunberen; en met drie (inwendig vier) geledingen met spaarvelden en boognissen. De lantaarn in de torenspits werd in 1850 aangebracht, de balustrade in 1957-1960.

Diverse uitbreidingen

sacristie-Grote-Kerk-buitenkant

 koor-grote-kerk

Na de voltooiing van de toren werd vervolgens de kerkruimte zelf diverse malen uitgebreid:

  • tussen 1400-1450 bouwde men een noordtransept en een zuidtransept aan, zodat een kruiskerk ontstond;
  • tussen 1450-1500 verving men het koor door een hoger en groter koor met een stenen netgewelf; terwijl men tegelijkertijd een sacristie aanbouwde. Beiden werden gebouwd in gotische stijl en versierd met zogenaamde 'speklagen' van natuursteen;
  • tussen 1500-1525 werd het noordtransept verbreed;
  • rond 1550 werd het smalle schip breder herbouwd tot een driebeukig pseudobasilikaal schip. Hierbij werd de toren ingebouwd. Ook bouwde men toen een zuidportaal.

Al schip-grote-kerkmet al resulteerde dat in de laat-gotische kruiskerk, zoals we die tot op heden kennen. Na 1550 is er aan de omvang van de Grote Kerk namelijk niets meer veranderd.

Doopkapel en syter

tekening-grote-kerkOp deze tekening is aan de zuidwestmuur een uitbouw zichtbaar. Dit was de doopkapel, die eveneens in 1550 gebouwd werd. In de katholieke kerk vond de doop altijd plaats bij de ingang aan de westzijde. Dit had een symbolische betekenis: de ongedoopte betrad de kerk als onheilige in het westen en mocht pas na de wijding van de doop de kerk verder betreden in de richting van het oosten, waar het altaar stond. De doopkapel is later afgebroken en bij de laatste restauratie helaas niet opgebouwd; wel is de fundering hiervan in het straatniveau aangebracht.

syter-buitenkant
syter-binnenkant

Boven in het zuidportaal is een klein kamertje gebouwd, dat via een apart traptorentje te bereiken is. Hoewel er vanuit dit kamertje in de kerk gekeken kan worden, heeft het waarschijnlijk geen religieuze functie gehad. Vermoedelijk (?) diende het als 'syter': als 'kerkelijke archiefruimte'. In de tijd dat er weinig stenen huizen waren en er vanwege het veelvuldige open vuur een groot brandgevaar heerste, werden belangrijke papieren en overige kostbaarheden van de (kerkelijke en burgerlijke) gemeente vaak opgeslagen in een nevenruimte van de stenen kerk. Ook in de Petruskerk te Woerden, de Bovenkerk te Kampen en de Domkerk te Utrecht zijn zulke ruimten aanwezig.

Twee luidklokken

In de toren hangen twee klokken. Enkele gegevens op een rijtje:

Grote klok
Gegevens
Gegoten in: 1517
Gewicht: 1555 kg
Middellijn: 137 cm
Opschrift (vertaald)
In het jaar des Heeren 1517 hebben de gebroeders Wilhelmus en Jasper Moer mij gemaakt.
Maria, moeder van genade en barmhartigheid, bescherm ons tegen onze vijanden en steun ons in het uur van de dood.

Kleine klok
Gegevens
Gegoten in: 1659 te Amsterdam
Gewicht: 241 kg
Middellijn 74 cm
Opschrift (vertaald)
Amsterdam anno 1659.
Gezegend zij de Naam des Heeren. Franciscus Hemony heeft mij gemaakt.