witte-orgelOrganisten:

- A.O. Woudenberg, Violierlaan 60, 4143 VE Leerdam, 0345-616901
- H.C. Lam, De Waterloop 5, 4141 JV Leerdam, 0345-617119
- J. Fraanje, Dorpsweg 17, 4245 KN Leerbroek, 0345-621411

speeltafel-witte-orgelHet Leerdamse orgel beschikt over 21 registers, verdeeld over Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal. Het vertoont veel overeenkomsten met het Witte-orgel in de St. Maartenskerk te Tiel, dat ‘z’n grotere broer’ genoemd mag worden. In 1997 werd het orgel gerestaureerd door de firma Pels & Van Leeuwen, onder advies van Aart Bergwerff. Leerdam is blij met dit instrument, omdat het een zeer welluidend orgel is, dat zowel mild en liefelijk is bij het gebruik van enkele registers, als helder en sprekend bij het gebruik van het volle(re) werk. Behalve voor de gemeentezang wordt het ook veelvuldig gebruikt voor concertuitvoeringen.

CD:
Er zijn ook cd's te koop van dit prachtige orgel; neem daarvoor een kijkje in de webshop.

Luistervoorbeelden (organist is Janko Fraanje):

Downloaden Naam Afspelen Grootte Duur
download 04 Nun komm der Heiden Heiland var. 3
4.3 MB 3:09 min
download 03 Nun komm der Heiden Heiland var. 2
4 MB 2:56 min
download 02 Nun komm der Heiden Heiland var. 1
5.7 MB 4:08 min
download 01 Psalm 140
9.3 MB 6:45 min

 

1852-1854. De bouw van een nieuw orgel

Leerdam beschikte al zeer vroeg over een orgel in de kerk. Evenals het latere Tien Gebodenbord werd ook het eerste orgel geschonken door de heer van Leerdam. Dat was destijds Maximiliaan van Egmond (1509-1548). Hij schonk het orgel samen met zijn vrouw Francoise de Lannoy. Zij waren de ouders van Anna van Egmond en daarmee de schoonouders van Prins Willem van Oranje. Wanneer dit orgel precies gebouwd is, is ons niet bekend; (pas?) sinds 1615 komen we het voor het eerst tegen in de rekeningen. Uit omschrijvingen in het archief blijkt dat het orgel was voorzien van orgeldeuren (met daarop de namen van de schenkers), van een oude wijzerplaat en van een beeld van de harpspelende koning David. Het orgel was geplaatst in het zuidtransept van de kerk.

Dit orgel werd in de protestantse eredienst in eerste instantie niét gebruikt voor de begeleiding van de gemeentezang. Men zong immers a capella. Het orgel diende hoogstens voor de omlijsting van de dienst; en voornamelijk voor doordeweekse momenten en 'concerten'. Toen men later dit orgel wèl voor de gemeentezang wilde gaan gebruiken, bleek het daarvoor te zwak; ook na de overplaatsing van het orgel naar het westen van de kerk, in 1760. Daarom besloot men in 1850 tot de bouw van een nieuw orgel. Het oude orgel werd in 1853 voor ƒ 210,- verkocht aan ene 'H. van de Sluis'.

Het nieuwe orgel werd tussen 1852 en 1854 gebouwd door orgelbouwer C.G.F. Witte uit Utrecht. Witte was de meesterknecht van de bekende orgelbouwer Bätz, die na diens overlijden zijn firma voortzette. Op zondagmorgen 19 maart 1854 werd het orgel in gebruik genomen, in een dienst waarin de oudste predikant, ds. Roldanus, 'een toepasselijke rede' hield.

Dispositie

De dispositie van het Witte-orgel:

Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant 16
Prestant 8
Bourdon 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 3-5
Cornet 5D
Trompet 8

Bovenwerk: (C-f3)
Prestant 8
Roerfluit 8
Viola 8
Salicet 4
Roerfluit 4
Gemshoorn 2
Dulciaan 8

Tremulant

Pedaal: (C-d1)
Subbas 16
Octaafbas 8
Octaaf 4
Trombone 8

Koppeling Bw-Hw
Koppeling Bw-Ped
Koppeling Hw-Ped